Goed Doel: Nierstichting
Wannie Friderichs: ‘Ik heb dezelfde tijden als voor de transplantatie’
Rens Friderichs stond te juichen toen zijn vader Wannie op 9 mei als snelste loper van een halve marathon over de finish ging. Wannie loopt vaker wedstrijden en wint ook nog wel eens wat, maar deze loop is bijzonder. Het was namelijk op de stoep van het AMC, waar Rens kind aan huis is. Letterlijk, want sinds bij zijn geboorte een nierafwijking werd geconstateerd, ging hij talloze keren vanuit Almere naar het AMC. Nu was Rens er een keer niet, om medische redenen.

´Ik had vrijdag een duurloopje gedaan van vijftien kilometer en keek ´s avonds of er in het weekend nog ergens een leuke loop was´, vertelt vader Wannie Friderichs. ´Toevallig zag ik dat zaterdag de AMC-loop was. Het leek me wel leuk om een keer mee te doen, want ik heb vaak langs de zijlijn gestaan en gekeken, als Rens in het ziekenhuis lag. ´Met een tijd van 1u22´ won Wannie Friderichs de halve marathon. Niet zijn beste tijd, want het AMC-parcours was niet echt snel. Maar toch zat er wel een bijzondere glans aan de overwinning. Wannie gaat namelijk sinds april vorig jaar met één nier door het leven. Zijn andere nier heeft zoon Rens.
Op het randje
Voordat Rens zeven jaar geleden werd geboren, was al uit echo´s duidelijk dat hij een probleem met zijn nieren had. Aanvankelijk dachten de artsen dat hij één beschadigde en één goede nier zou hebben. Maar al snel na de geboorte bleek dat er slechts één nier was ontwikkeld. De ene nier die Rens had, functioneerde slechts voor een deel. Wannie: ‘Rens is meteen van Flevoziekenhuis naar het AMC overgebracht. Het was op het randje.’ Maar hij kwam er bovenop. Met medicatie, speciale voeding en een plasstoma kon hij na twee maanden naar huis met een nier die werkte voor vijftien procent. Toch ging het de jaren daarna goed. Rens en zijn tweelingbroer Joost groeiden samen op. Rens kreeg wel groeihormonen, EPO, en extra zouten. ‘Op zich ging het heel goed en soepel. Rens ontwikkelde zich goed, hij ging op tijd lopen, groeide goed. We moesten wel regelmatig bij het AMC terugkomen om bloed te prikken. Maar met vijftien procent kon hij het doen.’
Dialyse of donornier
Toen Rens vijf jaar werd, bleek vijftien procent toch niet meer voldoende. De nefroloog van het AMC vertelde dat Rens ‘langzaam uit zijn nier groeide’. Twee opties stonden open: dialyse of een donornier: ‘Vanaf het moment dat hij geboren is, weet je eigenlijk wel dat dat moment een keer zal komen’, vertelt Wannie. ‘Op het moment dat Judith en ik tegenover de nefroloog zaten, spraken we dat niet tegenover elkaar uit, maar het schiet wel meteen door je hoofd: één van ons tweeën gaat dat meemaken.’ Vanwege de bloedgroep kon alleen Wannie een nier doneren. Was dat iets waarover hij lang moest nadenken? ‘Natuurlijk ben je er veel mee bezig. Wat betekent het voor mijn toekomst, want een donornier is maar tijdelijk. Wat betekent het voor mijn toekomst? Maar goed, ik was toen 34 jaar, ik had alles: een vrouw, kinderen, een baan. Ik had veel gesport – een belangrijk onderdeel van leven – en op dat gebied een hoop leuke dingen gedaan. Als mijn sport minder zou worden, prima. Dat had ik voor Rens over. Er werd me ook verzekerd dat je heel goed met één nier verder kon leven. Mijn vrouw en ik hebben het uitgebreid besproken. het was een goede beslissing, maar ook de enige beslissing die je kunt nemen. Je doet het voor je kind. Je weet dat je hem heel erg helpt. Die keuze maak je dus snel.’

Sportman
Wannie is een echte sportman. Wie zijn naam Googlet, ziet tal van wedstrijduitslagen. Hij deed een aantal jaren triatlon, beperkte zich daarna vooral tot hardlopen: marathons, halve marathons en andere afstanden. De transplantatie van vorig jaar heeft daar niks aan veranderd. De eerste periode daarna moest hij rustig aan doen. ‘Ik was al snel op de been. Voor het herstel staat normaal iets van zes weken, maar toen was ik al aan het hardlopen. Ik merk er nu helemaal niets meer van, ik heb dezelfde tijden als voor de transplantatie. Mijn ene nier mis ik niet. Aan kracht en conditie heb ik niets ingeboet.’
En Rens? ‘ Het bijzondere was dat je hem binnen 24 uur na de transplantatie zag veranderen. Medicijnen kunnen veel, maar die kunnen nooit een gezonde nier evenaren. Dat gaf een goed gevoel. Hij had altijd koude vingers en was kouwelijk. Nu had hij voor het eerst zweethandjes. Hij kreeg meer kleur op zijn gezicht.’ Rens heeft het fantastisch gedaan, vertelt Wannie trots over zijn zoon. Want hij heeft veel meegemaakt in zijn nog jonge leven, zonder veel te klagen. ‘In zijn zeven jaar heeft hij al zo vaak in het ziekenhuis gelegen. Maar dat houden we niet bij, anders zijn we alleen maar met het ziekenhuis bezig. Dat willen we helemaal niet. We proberen zo gewoon mogelijk te leven en zo voeden we Rens ook op. Hij is nooit een ‘ziek’ kind geweest. Maar hij heeft natuurlijk wel een indrukwekkend dossier opgebouwd.’
Door de geschiedenis met Rens zijn Wannie en Judith anders tegen orgaanonatie aan gaan kijken. ‘Aan de ene kant snap ik de beweegredenen van mensen wel als een dierbare overlijdt. Moet je dan in iemand gaan snijden? Aan de andere kant: je kunt er zoveel levens mee redden. Dat heeft niet iedereen door. Je kunt er heel veel leefgenot bij anderen voor terugbrengen. Dat is zoveel waard.’ (Bron: Status)
Word ook donor: https://www.jaofnee.nl/
Of doneer voor de Nierstichting: http://www.tvalmere.nl/trio-triathlon/donatie-nierstichting.html
Je kunt je ook inschrijven voor de Trio-Triathlon: http://tvalmere.nl/trio-triathlon/inschrijven-trio-triathlon.html
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Laatst aangepast (maandag, 28 februari 2011 17:22)





