Jeroen Schenk: Van de dijk in Almere naar Kona - deel 1
TVA
Onlangs vroegen we Jeroen Schenk om een klein verhaaltje voor onze Trimail te schrijven over zijn weg naar Kona. Wat hij opleverde was zoveel meer dan een klein verhaal maar een prachtig epos met de belofte voor een tweede deel na zijn deelname aan Kona.
Daarom wilden we graag zijn verhaal integraal weergeven op onze TVA website. Bij deze dus.
-Redactie Trimail
Van de dijk in Almere naar Kona - deel 1
Als klein mannetje stond ik vroeger regelmatig langs de dijk in Almere te kijken naar de triatlon. Ik was zwaar onder de indruk van al die mannen en vrouwen op hun mooie fietsen en in die opvallende outfits. En dan die magische sfeer op de tribunes bij de sporthal in Almere-Haven. Geen idee of ik toen al dacht dat ik dit zelf ooit zou gaan doen, maar de beelden zijn me altijd bijgebleven. Mijn sportieve achtergrond lag overigens niet in de duursport. Ik zat op voetbal.
Na de middelbare school was ik een van de laatste lichtingen die nog dienstplicht vervulde. Defensie had me altijd al geïnteresseerd en ik gebruikte die periode eigenlijk als een soort tussenjaar. Daarna probeerde ik nog een jaar HBO, maar dat bleek geen succes. Via een oud-voetbalteamgenoot die ik tijdens het stappen regelmatig tegenkwam, kreeg ik ondertussen de mooiste verhalen te horen over het Korps Mariniers waar hij diende.
Dat maakte de keuze uiteindelijk niet zo moeilijk. Ik kwam door de keuring, haalde de opleiding en werd geplaatst bij de operationele eenheden. Na een cyclus bij de infanterie vroeg ik een plaatsing op Aruba aan. Samen met Lilian, toen nog mijn vriendin en inmiddels mijn vrouw, vertrok ik voor een jaar naar het eiland. Een mooi avontuur.
Die plaatsing had ook een onverwacht sportief voordeel. Ik was minder vaak van huis voor oefeningen en daardoor ontstond ruimte om een wens te vervullen die ik al een tijdje had: als Almeerder een keer de hele triatlon van Almere doen.
Tot die tijd lag het accent bij mij vooral op krachtsport en fitness. Van zwemmen had ik eigenlijk geen verstand. Op Aruba sloot ik me aan bij de lokale zwemclub. Lilian had me tijdens een paar privézwemlessen in het zwembad bij ons appartementencomplex al op wat verbeterpunten gewezen, vanuit haar ervaring met wedstrijdzwemmen. Want tot dat moment was 25 meter borstcrawl ongeveer het maximale wat ik volhield.
Op het hele eiland was volgens mij één fietsenwinkel. TriBike Aruba van Gert van Vliet, een oud-wielrenner en triatleet. De winkel stond in een oude bouwkeet in zijn tuin, maar er stond wel mooi materiaal. Daar kocht ik een Klein Aeolus met 650c-wielen.

De eerste sprinttriatlon waaraan ik op Aruba meedeed was meteen het NK. Zwemmen deed ik afwisselend borstcrawl en schoolslag. Fietsen ging nog wel, maar bij het lopen leek het alsof ik op klompen liep. Een overgang had ik nog nooit getraind.
Toch was het eerste succes er. Ik werd tweede op het NK in mijn agegroup. Dat klinkt natuurlijk beter dan het in werkelijkheid was: we waren met z’n tweeën. Maar goed, een NK-medaille was een NK-medaille en het begin was er.


Het grootste sportevenement op Aruba is de Ronde van Aruba. Vanuit de Marine kon je je daarvoor aanmelden en in groepsverband voorbereiden. Samen met een maatje besloot ik mee te doen.
De Ronde van Aruba ontstond ooit als een weddenschap tussen twee Nederlandse mariniers die zich afvroegen of ze het hele eiland in één keer konden rondrennen. Inmiddels is het uitgegroeid tot een loodzware ronde van ruim 70 kilometer, die midden in de nacht start om de ergste hitte voor te zijn. De echte bikkels lopen hem solo, maar het grootste deel van de deelnemers doet mee in duo’s of teams. Wij deden hem als duo.
Het was een unieke, mooie en vooral zware ervaring. Een mooie manier om kennis te maken met langeafstandslopen. Het was een van die ervaringen waarvan je achteraf denkt: dit was eigenlijk best een mooi idee. Tijdens het lopen dacht ik daar overigens iets anders over. Terug in Nederland kwam de hele van Almere steeds dichterbij.
In die tijd, eind jaren negentig en begin 2000, moest je eerst een halve triatlon hebben gedaan om aan de hele van Almere mee te mogen doen. Lilian en ik bedachten daarom dat we onze vakantie in Nederland mooi konden combineren met een halve triatlon in Arcen. Zo geschiedde.
Een sportief tintje aan de vakantie. Als ik het me goed herinner was het een heen-en-weerfietsparcours. Ik weet nog dat ik op de fiets nog niet zo heel lang onderweg was toen ik Menno van der Meer tegenkwam, die al ruimschoots op de terugweg was. Dat was ongeveer het moment waarop duidelijk werd dat er op fietsgebied nog wel wat werk te doen was.
Een andere herinnering uit die periode is een fietstocht waarop ik mocht aanhaken bij Jos van der Velde en Sjaak Swarthof. Twee ervaren rotten in het vak en goede fietsers. Jos is nog altijd lid van TVA en heeft inmiddels maar liefst 21 keer aan de hele van Almere meegedaan. Sjaak kwam daar 16 keer aan de start. In die tijd was hij volgens mij ook lid van TVA.
Voor mij was het in ieder geval een taaie kennismaking met fietsen in de Flevolandse polder. Ik weet nog dat ik vooral probeerde bij te blijven bij deze diesels. Dat Sjaak inmiddels, twee weken geleden, is overleden, maakt die herinnering achteraf extra bijzonder.
De halve van Arcen werd gefinished en daarmee stond niets mijn eerste hele triatlon in Almere meer in de weg. Overigens heb ik nog even de uitslagenlijst door zitten pluizen. Naast Menno stonden er meer bekende Almeerse namen aan de start: Hans Lampe, Paul Nijveldt, Wannie Friderichs, Marcel Spoelder, Frank Veltman, Rene Dreyling, Sjaak Swarthof, Ruud Bauw en wellicht nog een aantal anderen.
De start van Almere was toen nog op het surfstrand. Ik weet nog dat ik in de tent voor de zwemstart stond om me om te kleden en zwaar onder de indruk was van een of andere Griekse halfgod die naast me stond. Dat bleek later Bert Flier te zijn, destijds een niet onverdienstelijk triatleet. Ik had werkelijk geen idee wat me te wachten stond.
Pacing en doseren van intensiteit? Nauwelijks ervaring mee. Voeding tijdens het fietsen? Ook nauwelijks getraind. Achteraf gezien niet bepaald de ideale cocktail voor een hele triatlon. Ik fietste te hard en kreeg te weinig koolhydraten naar binnen. De marathon werd vervolgens een lange martelgang. Na 16 kilometer werd het een soort run-walk en zo ben ik uiteindelijk richting finish gegaan. Maar die finish kwam er. En waar ik vooraf dacht dat ik na één hele triathlon wel klaar zou zijn, bleek dat toch anders te lopen. Dit moest toch anders kunnen.

In 2001 en 2002 stond ik opnieuw aan de start van de hele van Almere. Pas bij mijn derde deelname had ik de juiste aanpak te pakken en kon ik eindelijk eens ‘lekker’ de marathon lopen. Die pijn in je benen komt toch wel. Maar liever niet te vroeg.
Daarna werd het lastiger om de sport structureel te combineren met mijn werk bij de Marine. Vanaf 2002 kreeg ik een operationele plaatsing waarbij ik regelmatig van huis was. Consistent trainen was simpelweg niet altijd mogelijk.
In 2005 pakte ik de draad weer serieus op. Ik zat inmiddels in mijn laatste jaar bij de Marine en was op Bureau Sport geplaatst. Er kwam meer regelmaat in mijn leven en ik ging ook op zoek naar trainingsbegeleiding.
Daarna maakte ik de overstap naar de politieopleiding in Amsterdam. Geen lange oefeningen en uitzendingen meer en daardoor ontdekte ik eigenlijk pas goed wat consistentie in training betekende. Dat zag je ook direct terug in de tijden. In Almere ging ik in 2005 van 10:51 naar 9:53. Een jaar later haalde ik daar nog eens een half uur vanaf en kwam ik uit op 9:23.

Daarna stagneerde de progressie. Lilian en ik waren ondertussen gezegend met twee jongens die in korte tijd achter elkaar kwamen. Daan eind 2005 en Mik begin 2007. De eerste jaren waren behoorlijk pittig. De heren hadden een bijzondere vorm van samenwerking ontwikkeld waarbij ze ons ’s nachts om de beurt wakker hielden. Ik kwam er in die periode achter dat naast trainingsconsistentie nog een andere factor behoorlijk belangrijk is: slaap.
Als je rond de vijftien uur per week sport naast een fulltime baan, blijkt slaap nogal essentieel voor een normaal functionerend lichaam. Laat staan als dat lichaam ook nog probeert te herstellen van alle trainingsuren.
Achteraf gezien had ik in die periode mijn ambities eerder moeten bijstellen. Tijden waren voor mij belangrijk geworden. Misschien wel te belangrijk. Het plezier nam af, de frustratie nam toe. Tegelijkertijd bleef de sportieve ambitie aanwezig.
In 2006 richtte ik samen met Merijn Schuurman het LD TriTeam op. Later waren we betrokken bij de oprichting van de Stichting Top Triathlon Almere en het UPC Triathlon Team. Met een groep Almeerse triatleten probeerden we iets moois neer te zetten. Tjardo Visser, Omar en Milan Brons, Maikel Zuiderhoudt, Martijn Boot en Thomas Naasz maakten onder andere deel uit van het team.

Ook voor mezelf bleef ik zoeken naar nieuwe uitdagingen i.c.m triatlon. In 2009 deed ik mee aan de Marmotte. Dat liep uit op een deceptie. Bij Valloire was ik volledig leeg en kreeg ik nauwelijks nog eten of drinken naar binnen. Ik had bij het opstaan al last van mijn buik en misselijkheid. De Galibier en daarna de Alpe d’Huez lagen nog voor me. Ik stapte af. Dat niet finishen kon ik eigenlijk maar moeilijk accepteren. Dat was pas een keer eerder gebeurd bij een loopevenement. Ik was gestart terwijl ik de dagen ervoor nog koorts had gehad. Na een paar kilometer kwam ik erachter dat dat een domme beslissing was en stapte uit.
Dus kwam er een missie voor 2011: terug naar de Marmotte. Als onderdeel van de voorbereiding voor de hele van Almere. Die revanche lukte. Ik reed de Marmotte uit in goud en bovendien onder de acht uur. Een paar weken later stond de hele van Almere op het programma. Dat werd uiteindelijk mijn laatste hele triatlon. Ik had toen een fulltime baan, twee jonge kinderen en een behoorlijk ambitieuze trainingsaanpak. In de voorbereiding was sport regelmatig goed voor vijftien uur of meer per week. Dat betekende dat een groot deel van mijn vrije tijd naar trainen ging. Lilian gaf me daar gelukkig de ruimte voor, maar ergens wist ik ook dat het niet eindeloos zo kon doorgaan. Na Almere besloot ik daarom dat mijn sportieve ambities maar eens ‘in de vriezer’ moesten. Het was mooi geweest. De balans tussen gezin, werk en sport moest weer wat normaler worden. En dat gebeurde ook.
Van 2012 tot 2020 bleef ik wel sporten. Hardlopen, fietsen en krachttraining. Vooral fit blijven en af en toe een sportieve uitdaging.
In 2020, tijdens corona, werd ik door mijn buurman Marcel aangesproken. Of ik niet mee wilde doen aan zijn eigen georganiseerde triatlon: de Triatlon de Laren. Met een leuke groep mensen zelf een kwart triatlon doen in mei. In augustus volgde zelfs een zelf georganiseerde halve triatlon. En ineens bloeide de liefde voor de sport weer op. Ik kocht een tweedehands triatlonfiets, ging weer zwemmen en begon iets meer te trainen. Het doel voor 2021 was duidelijk: de halve van Challenge Almere. Na bijna tien jaar stond ik weer aan de start van een officiële triatlon. En wat was er in die jaren veel veranderd. Het evenement was enorm geprofessionaliseerd ten opzichte van de tijd waarin ik zelf mijn eerste triatlons in Almere deed. Alles voelde groter, strakker georganiseerd en professioneler. Het was mooi om daar na al die jaren weer tussen te staan.


Daarna verdwenen de serieuze triatlonplannen toch weer even naar de achtergrond. In 2022 reed ik met een leuke groep mannen de Trois Ballon. Ik viel nog een paar keer in bij een teamcompetitie in de triatlondivisie, maar van een serieus triatlonplan was geen sprake.


Totdat ik in de herfst van 2024 besloot het toch weer wat structureler aan te pakken.
Geen ingewikkeld plan. Gewoon vanaf oktober iedere week minimaal twee keer zwemmen, twee keer fietsen en twee keer lopen. Eerst zorgen dat het onderdeel werd van mijn normale weekstructuur. Toen dat eenmaal in mijn systeem zat, ging ik vanzelf wat meer fietsen en lopen. Het doel voor 2025 was eigenlijk heel overzichtelijk: een leuke halve triatlon draaien. Dat werd Zeewolde. En die ging best goed. Ik haalde een mooi niveau en merkte dat er toch weer meer in zat dan ik vooraf had gedacht.

En toen begon het serieus te kriebelen. Misschien toch nog een keer een hele?
Ik had inmiddels van alles gedaan, maar één ding ontbrak nog steeds: een Ironman. Ik had nog nooit een Ironman gedaan en wilde dat eigenlijk gewoon een keer meemaken. Thuis eerst maar eens overlegd met Lilian of zij daarachter zou staan. Een hele triatlon doe je tenslotte niet alleen. Het heeft nogal wat gevolgen voor je week, je weekenden en daarmee voor het gezin. Mik en Daan waren inmiddels jongvolwassen en zelfstandig. Daardoor was er meer ruimte ontstaan. Lilian stond er gelukkig achter. Dus werd het tijd voor een serieus plan.
Samen met Monique, ook lid van TVA, en de aanhang waren we al eens naar Frankfurt geweest om buurman Marcel, eveneens TVA-lid, te supporten bij de Ironman. In de weken daarvoor hadden Marcel en ik het parcours al een keer verkend tijdens een weekendje Frankfurt. Niet veel later schreef ik me, samen met Monique, Marcel, Roland en Krista in voor Ironman Frankfurt 2026.
Maar als ik het dan toch ging doen, wilde ik ook kijken hoe ver ik kon komen. Ik benaderde daarom Lars Karmelk met de mededeling dat ik in 2026 een Ironman wilde doen en dat ik mezelf ook wilde proberen te kwalificeren voor Hawaii. In augustus begonnen we met de intake en inspanningstesten.
Dat was in het begin behoorlijk wennen. Een andere trainingsaanpak, een andere weekstructuur en vooral veel meer gericht trainen. Er kwamen ook VO2max-trainingen bij. Dat had ik daarvoor eigenlijk nauwelijks gedaan. Het idee was om eerst mijn plafond wat hoger te leggen, zodat er vervolgens ook ruimte zou ontstaan om de zones en drempels daaronder omhoog te brengen.
De eerste maanden verliepen voortvarend. Tot eind december. Ik liep de Derde Kerstdagloop in Arnhem, een prachtige halve marathon. Alleen kon ik er uiteindelijk niet echt van genieten. Een kleine irritatie in mijn hamstring had ik niet de juiste aandacht gegeven. Na een kilometer of zeven begon die op te spelen en na twaalf kilometer kon ik niet meer verder lopen. Uitstappen dus.
De weken daarna moest het lopen opnieuw worden opgebouwd. Gelukkig kon ik wel fietsen en zwemmen. Dat is ook meteen een van de mooie dingen van triatlon: als het ene onderdeel even niet gaat, kun je vaak nog twee andere sporten doen. In februari kon ik het lopen weer rustig opbouwen. Tot april.
Na een intensieve beursweek voor mijn werk begon de hele keten opnieuw te protesteren. Toch probeerde ik het schema vast te houden. Een paar dagen later ging het tijdens het hardlopen mis en kreeg ik een soort zweepslag in mijn kuit. Weer te graag doorzetten. Weer signalen genegeerd.
Achteraf is het eigenlijk vrij logisch. Je belastbaarheid wordt niet alleen bepaald door hoeveel trainingsbelasting je aankunt. Er zijn meerdere factoren die energie kosten. Als daar van buitenaf veel stress en belasting bijkomt, moet je soms ook gewoon de trainingsknop een stukje terugdraaien. Dat klinkt simpel. Als je heel graag wilt trainen, blijkt het in de praktijk toch een stuk lastiger om daar ook naar te luisteren.
Eind april was ik met het lopen dus weer soort van terug bij af.
Ik was overigens al vóór de start van het Ironman-traject bij een fysio voor mijn terugkerende spierproblemen. Eind april kwam ik daar opnieuw terecht met mijn kuit. Normaal gesproken kon ik na een week of twee relatieve rust weer rustig beginnen met opbouwen. Dat zat er nu niet in. Tijdens een behandeling waarbij mijn enkel werd gemanipuleerd, scheurde een enkelband in. Dat was uiteindelijk de laatste behandeling bij die fysio.
Via meerdere TVA-leden kwam ik vervolgens bij Ilona terecht. Met haar ben ik opnieuw aan de slag gegaan om de blessure te herstellen. Drie weken kon ik helemaal niet lopen. Om toch iets te kunnen doen, nam ik een abonnement bij een lokale fitnessclub waar een Arc Trainer stond. Een soort crosstrainer, maar eentje die qua beweging wat beter bij het lopen aansluit. Zwemmen ging gelukkig prima en ook het fietsen kon ik relatief snel weer rustig oppakken, al was dat in het begin zeker niet altijd pijnvrij. Eind mei begon ik met run-walk.
En eerlijk gezegd begon ik het toen wel spannend te vinden. Frankfurt kwam snel dichterbij. De fiets- en zwemtrainingen zaten goed, maar mijn loopvoorbereiding was verre van ideaal. Ik kon gelukkig nog wat stapjes maken in de opbouw, maar of het genoeg zou zijn? Dat moest Frankfurt maar uitwijzen.
Donderdag reisden we met het gezin af naar Frankfurt. We hadden bewust voldoende tijd genomen om alles rustig te regelen en de sfeer te proeven. Het ophalen van je startbewijs in het Ironman-dorp blijft toch een bijzonder moment.
Samen met Daan ging ik naar de persconferentie van de profs in een bioscoop. Voordat die begon wilden we wat drinken halen. We werden naar een bar gestuurd en kwamen ineens in een zone terecht waar de profs stonden te wachten. Daar sta je dan, op een paar meter van de Noorse toppers en andere profs, een colaatje te drinken. Heel vet.
De dag ervoor zwom ik samen met Daan een stukje van het zwemparcours. Dat je zoiets als vader met je zoon kunt delen, geeft een heel fijn gevoel. Alleen het moment waarop hij steeds verder van je wegzwemt is iets minder prettig voor je ego.
De weersvoorspellingen zagen er aanvankelijk geweldig uit. Veel zon. Alleen wel héél veel zon. De temperaturen zouden richting de hoge dertig graden gaan. Op vrijdag kwam het bericht dat de wedstrijd vanwege de hitte werd ingekort. 125 kilometer fietsen en daarna een halve marathon. Een flinke teleurstelling. We waren tenslotte naar Frankfurt gekomen voor een Ironman. Achteraf was ik op de dag zelf tijdens het lopen maar al te blij dat de afstand was ingekort.
De sfeer voor de start was fantastisch. Kippenvel. En in het startvak zelfs een klein traantje.Tijdens het zwemmen werd het spreekwoordelijk echt huilen. Non-wetsuit, water van 29 graden en ik kwam eigenlijk geen moment lekker in mijn ritme. Niet bepaald de start waar ik op had gehoopt. De wissel ging gelukkig goed.
Op de fiets had ik alleen het gevoel dat mijn fietsbenen ergens in Almere waren achtergebleven. Geen moment had ik het gevoel dat ik lekker reed. Dat was frustrerend, want juist op de fiets had ik de afgelopen maanden veel progressie gezien. Nieuwe fiets, bikefit, aerotest op de wielerbaan en veel gerichte trainingen hadden ervoor gezorgd dat ik daar veel vertrouwen in had gekregen. Het parcours van Frankfurt vond ik overigens wel erg leuk. Een beetje op en neer door een mooi, heuvelachtig landschap. Ondanks het slechte gevoel kon ik nog behoorlijk wat mensen inhalen.
En toen moest er nog worden gelopen. Ik hoopte het niveau van Zeewolde een jaar eerder enigszins te kunnen benaderen. Maar de combinatie van mijn gebrekkige loopvoorbereiding en de omstandigheden maakte al snel duidelijk dat dat er niet in zat. Het werd een taaie halve marathon. Maar ik liep hem uit. Mede dankzij de support van familie en aanhang. Zelfs mijn ouders waren naar Frankfurt gekomen. Toen ik eindelijk de finish over was, was ik vooral ontzettend blij dat ik hem had gehaald. Dikke medaille om mijn nek en naar het verzorgingsgebied.
Daar merkte ik pas hoe diep ik was gegaan. Knallende hoofdpijn, misselijk en duidelijk meer last van de hitte dan ik vooraf had gedacht. Na een verfrissende douche ben ik weer bij het gezin aangesloten en hebben we in het hotel van mijn ouders wat gedronken, uit de warmte. Later gingen we terug naar de rest van de groep om Marcel aan te moedigen. Hij deed zijn derde poging en kon dit keer eindelijk met zijn demonen afrekenen. Een mooie finish.
De volgende dag stond de prijsuitreiking en het buffet op het programma. En misschien, heel misschien, zou er nog iets bijzonders gebeuren. Er waren in totaal 60 slots voor Hawaii te vergeven. Tijdens de Slot Allocation and Rolldown Ceremony begon mijn hartslag volgens mij ongeveer hetzelfde niveau te bereiken als tijdens de wedstrijd van de dag ervoor. Naarmate er meer slots werden vergeven, kwamen de namen van de mensen voor mij in de uitslag steeds dichterbij. Zou het dan toch?
En toen kwam het verlossende woord. Jeroen Schenk. Omgeroepen. Vol ongeloof naar voren om het slot te accepteren. Het is gewoon gelukt. Kona. Ironman Hawaii.
Het plan dat een jaar eerder eigenlijk begon met het idee om gewoon weer eens een leuke halve triatlon te doen, kreeg ineens een heel andere dimensie.
En daarmee kwam ook een belangrijk ander onderdeel van het plan uit. We hadden vooraf afgesproken dat dit, als het zou lukken, een bijzondere familievakantie zou worden. Een echte once-in-a-lifetime experience. Dat Lilian, Daan en Mik dit samen met mij kunnen meemaken, maakt het voor mij net zo bijzonder als de sportieve prestatie zelf.

Na Frankfurt ging de druk van de ketel. Ik heb twee weken bewust goed de tijd genomen om te herstellen. Daarna met Lars en Ilona afgesproken dat de eerste focus niet direct op hard trainen moest liggen, maar op verder herstel en het vergroten van mijn belastbaarheid. Dus heel voorzichtig weer opbouwen. Krachttraining kreeg meer aandacht, met name de benen en bilspieren. Ik deed al krachttraining, maar achteraf gezien met te weinig specifieke aandacht voor het fundament dat ik nodig heb om het lopen beter vol te houden.
Inmiddels zijn we alweer twee maanden verder. Vorige week liep ik mijn langste duurloop van het jaar: 23 kilometer. Dat geeft vertrouwen. De komende weken hoop ik nog een stapje te kunnen zetten. Natuurlijk wil ik straks in Hawaii het beste resultaat neerzetten dat er voor mij in zit. Daar train ik uiteindelijk voor. Ook de hitte krijgt nog aandacht. Ik heb inmiddels een CORE-sensor aangeschaft en wil de komende weken nog een gericht blok met actieve hittetraining doen. De omstandigheden in Hawaii zullen uitdagend zijn en het gevoel dat ik in Frankfurt had, wil ik daar graag voorkomen.
Maar ondertussen probeer ik mezelf ook regelmatig terug te brengen naar waarom ik dit eigenlijk doe. Ron, ook lid van TVA, zei het mooi toen we het een keer over de voorbereiding hadden: “Jeroen, waar maak je je druk om man. Het wordt toch gewoon één mooi ere-rondje.” En eigenlijk heeft hij daar gewoon gelijk in. Natuurlijk mag je verwachtingen hebben. Je mag doelen stellen en proberen het maximale uit jezelf te halen. Dat is ook precies wat mij drijft. Maar als die verwachtingen en doelen in de weg gaan staan van het belangrijkste, plezier hebben in wat je aan het doen bent, dan ben je volgens mij op het verkeerde pad.
Dus over een paar weken staat dat kleine mannetje dat ooit langs de dijk in Almere naar de triatlon stond te kijken ineens zelf aan de start in Kona.
Dat had hij in 1989 waarschijnlijk niet bedacht. Ik trouwens in 2011 ook niet.
